dinsdag 22 maart 2011

Salade van quinoa, waterkers, dadels gevuld met bleu d'auvergne en granaatappeldressing

Quinoa. Nee, het is geen hippe Oud-Zuid naam voor een welgestelde designpeuter. Ook is het geen tropisch eiland in de Stille Oceaan. Het is een graanachtige korrel, die doet denken aan bulghur en couscous, die eigenlijk stiekem verwant is aan spinazie en rode biet. Snappen jullie het nog? Quinoa mag dan heel lang een stoffig natuurwinkelimago hebben gehad, nu is het ook steeds vaker te vinden in restaurants die niet uitsluitend veganistische rawfood serveren. In vroeger tijden werd quinoa geserveerd aan krijgers in de Andes (waar het oorspronkelijk vandaan komt) voor kracht en uithoudingsvermogen. Er waren zelfs rituelen om de plant te vereren, omdat de werking van quinoa als heilig werd ervaren. Tegenwoordig bakt men er in die contreien popcorn van. Wat minder verheven, maar vast ook heel lekker.

Maargoed, je moet er dus wel even voor naar de natuurwinkel, waar het tussen gierst en spelt ergens in de schappen ligt. Voor wie dat eng vindt, bedenk dan dat quinoa meer voedingswaarde (denk vezels, eiwitten, magnesium, ijzer, zink and the list goes on..) bevat dan brood of rijst. En als je het niet om de indrukwekkende voedingswaarde wilt maken, doe het dan maar gewoon omdat het -zeker in deze combinatie- enorm smaakvol is. Dit is echt een goede powerlunch!

Voor 2 personen:
  • 250 gram quinoa
  • 0,5 l groentebouillon of water
  • beetje citroensap (halve citroen)
  • handjevol fijngesneden munt
  • peper en zout
  • waterkers
  • 1 granaatappel
  • 6 dadels
  • bleu d'auvergne, of een andere lekkere blauwe kaas
  • 1 grote bosui, in grove ringen
  • eventueel alfalfa of andere gemengde kiemen ter garnering
Voor de dressing:
  • Sap van bovenstaande granaatappel
  • rode wijnazijn
  • citroenolie (of milde fruitige olijfolie)
  • citroensap
  • peper/zout
Spoel de quinoa goed af in een fijnmazige zeef (het zijn kleine korreltjes) en doe ze met het water of de bouillon in een pan. Breng aan de kook en laat 5 minuten zachtjes pruttelen. Daarna draai je het vuur uit en laat je de boel nog een goede 10 minuten weken. Check wel even de bereidingswijze op de verpakking, het kan zijn dat het nog iets langer nodig heeft. Giet af en laat iets afkoelen. Nu maak je de quinoa aan met een beetje citroensap, munt en peper/zout.

Was en droog de waterkers. Je hebt hier niet heel veel van nodig, een goede hand per persoon is voldoende. Halveer de granaatappel en verwijder met een klein lepeltje voorzichtig de pitjes, terwijl je het sap en de pitjes in een bakje opvangt. Verwijder de witte zaadlijsten en gooi die weg. Het is een precies werkje, doe het met zorgvuldigheid want anders zit heel je keuken en je gelaat onder dat sap (was bij mij dus zo, daahaag bloes!). Voor 2 personen is een halve trouwens meer dan genoeg. Zeef de pitjes en vang het sap op. Daarmee maak je de dressing door er een beetje citroensap, een flinke scheut rode wijnazijn en citroenolie (milde fruitige olijfolie is ook goed) doorheen te kloppen. Maak af met peper en zout.

Halveer nu de dadels, verwijder de pitjes en vul ze met een royale hoeveelheid bleu d'auvergne. Klap hem daarna weer mooi op elkaar.

Leg de waterkers in een ruime cirkel op de borden en schep in het midden de lauwe quinoa erbij. Dadels, bosui en granaatappelpitjes er kunstzinnig overheen schikken en afmaken met de dressing, die je lustig over de waterkers heen sprenkelt, en eventueel wat alfalfa erbovenop. Powerlunch met een schrikbarende hoeveelheid energie als resultaat.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten